Category Archives: Dagelijkse overpeinzingen

Ik at vandaag een broodje halfom

Vandaag at ik een broodje halfom. Geen wereldnieuws lijkt me, ook vond ik het geen noodzaak om hiervan een Instagram-post te maken. Maar het eten van het broodje deed ik eigenlijk niet omdat ik er trek in had of omdat ik een enorme fan van broodjes halfom ben. Eigenlijk helemaal niet, kwam ik achter. De reden was een heel andere gisteren sprak ik met iemand over het feit dat mijn ouders getrouwd zijn op de verjaardag van wijlen mijn opa. Ik vind dat een geniaal idee en een mooi gebaar. Daarnaast helpt het ook om zo’n dag te onthouden.

Maar terug naar mijn opa, de wonderbaarlijke Govert Eichhorn. Een brombeer met wie ik regelmatig even een broodje ging eten. Vaak een broodje haring bij Arie op de Leyweg, soms naar Kraan op Scheveningen en heel af en toe een broodje halfom bij een obscure snackbar in de Betje Wolffstraat. Elke keer als hij dan zo’n broodje naar binnenwerkte, dacht ik weer “bah”. En toch, zo’n 15 a 20 jaar later, was ik ineens benieuwd hoe dat nu smaakte en wat het precies was toen ik aan de toonbank van Broodje van Dootje stond.

“Doet u mij maar een broodje Osseworst en een broodje halfom?”, ik hoorde het uit m’n mond komen. Even terug in de tijd qua gedachten. Dat lukte, ik voel me een jaar of 20 en reed m’n opa rond in Den Haag in m’n grijze Golf II. Ik een broodje kroket en hij een broodje halfom en mooie gesprekken over Steve Davis en Stephen Hendry. Wie was er nu beter en waarom? Google>. Onderweg naar de volgende klant at ik m’n broodje op, althans twee happen. Dat halfom is helemaal niets voor mij. Desalniettemin kocht ik voor die 3,50 euro een trip to memorylane.

2016-1946 = 70 #Dewereldingetallen

De wereld in getallen. Zo heette mijn wiskunde methode op de middelbare school. Maar het beschrijft ook wel een beetje de manier waarop ik naar de wereld kijk in veel gevallen. Getallen zijn fijn, duidelijk, helder, maken je niet nerveus en laten je niet in de steek. 2016-1946 = 70, 2016-1994 = 22. Voor de gemiddelde lezer zomaar getallen, nummers en sommetjes. Voor mij is dat anders. Morgen zou ze 70 zijn geworden. Het grappige dat ik dat nog voor me zie als kind. Een ritueel dat ieder kind wel kent. De dag daarvoor bloemen kopen, kaartje en ander cadeau om ‘s ochtends te kunnen geven. Dat ik 22 jaar later nooit meer thuis had gewoond, dat besef, ja, dat kloterige kwartje valt nu eigenlijk pas.

Verdriet verandert, het buigt mee, soms althans, en soms ook niet. Wel voel ik me vaak wel een 15 jarige jongen op de momenten dat ik me echt verdrietig of machteloos voel. De afgelopen weken waren niet echt de beste uit mijn leven. Met name door een inzicht dat met het bovenstaande te maken heeft. Ik ben geen 15 jarige halfwees meer, ik ben een 37 jarige licht corpulente man met huis, kat, grijzend haar, een baan en een stationcar. Aan de buitenkant alles prima voor elkaar, maar die 15 jarige jongen in me begint te begrijpen dat er steeds meer vragen zijn die hij zelf, zonder hulp van zijn moeder moet beantwoorden. Dingen die hij moet oplossen zonder raad en daad van diegene op dat voetstuk die alles wist en ondanks alles altijd was en zou moeten zijn. Natuurlijk weet hij dat als hij goed om zich heen kijkt, alles gekleurd is, maar veel lijkt onder laagje vergeeld vernis te zitten. Ook al heeft hij een aantal mensen om zich heen die hij liefheeft en van wie hij ontzettend veel houdt. Maar de vragen die voor liggen, wat had hij die graag met haar willen beantwoorden, haar inzichten willen weten en toch lekker eigenwijs zijn eigen ding willen doen. Dat laatste is in de afgelopen 22 jaar niet veranderd, ik ga mijn eigen weg. En ja, dan duurt het soms een jaar of 20 voordat je beseft dat de mooie en moeilijke dingen in het leven mijn verdriet in een ander kader en perspectief plaatsen. Het gaat in mijn geval niet weg, dat wil ik ook niet, het gaat mee en krijgt een andere vorm, een ander gedaante.

Meer nutteloze feitjes voor iedereen

Onderweg naar huis luisterde ik naar de radio. Zoals nagenoeg alle dagen in het jaar (behalve ten tijde van de Top2000) luister ik naar Radio 1. Heerlijk gezwets en gezwam op de achtergrond terwijl ‘s lands wegen volg naar de mooie oorden waar ik mag opdraven bij klanten. Zo ook vanmiddag, na een leuke sessie in het Overijsselse land zweef ik voor mijn gevoel terug over de A28 naar het mooie Rijswijk. Deels in gedachten, deels op de weg lettend hoor ik op de achtergrond een discussie. De precieze aanleiding hoorde ik helaas niet helemaal, maar de kern van het verhaal was de vernieuwing van de canon van Nederland. Vanuit diverse hoeken werd aangedrongen om feiten alleen op te nemen die praktisch nut hadden. Nut hierbij gedefinieerd in de vorm van commercieel nut.

Zo jammer, dat vonden de deskundigen in de discussie gelukkig ook, maar het ging me niet om de inhoudelijke discussie. Die was ik al snel kwijt. Ik merkte dat ik een beetje verdrietig werd. Geraakt door dit idee. Ja, ik ben een kapitalist met realistische trekjes. Maar maar maar, ja ook een romantische vreemdeling in eigen land. Ik houd van onbenullige feitjes, van feitjes die de meeste mensen niet kennen, waar mensen van denken “Waarom zou ik dit willen weten…?”. Ik ben zo’n figuur die midden in een betoog een aanleiding ziet om te kunnen noemen dat het dwergstaatje San Marino is gesticht op 3 september 301 en dat dit de oudste nog bestaande republiek ter wereld is. Wat heb je er aan dit te weten? Helemaal niets, schat ik zo in, misschien dat je ooit iemand er om kunt laten lachen, misschien kun je iemand verwonderd laten zijn.

Wat heb ik er aan te kunnen melden dat het kleine voorzakje van een jeans eigenlijk ontworpen is opdat je zakhorloge niet beschadigt, want dat deed het wel in de grote zakken. Of iemand te kunnen melden dat bijen heel sterk zijn en 300 keer hun eigen gewicht kunnen tillen, en dat hij/zij daarmee vele malen sterker is dan een gemiddelde mier die 50 keer z’n eigen gewicht kan tillen.

Wat ik er aan heb, zal ik u melden. Ik geniet van dit soort inzichten, kan even wegdromen, weg uit de dagelijkse werkelijkheid en ik ben er heilig van overtuigd dat elk van de nutteloze feitjes die ik ken, en dat zijn meer dan genoeg, ooit een keer aansluit bij een gesprek dat ik met iemand heb. Zo niet, dan zorg ik daar gewoon voor. J’adore feitjes! Voor mij zijn feitjes die ik uitkraam of alleen in gedachte voor mij zie, de kleine twinkelingen in mijn ogen. Gewoon leuke dingen. Oh ja, en wist u dat een ooglens ongeveer net zo groot is als een M&M (de bruine voor de wijsneuzen!).

Een kleine aanrader voor de mede-feiten-fetisjisten. Klik hier.

Hallo Jumbo

Hallo Jumbo!
Graag wil ik een ervaring met jullie delen. Gisteren had ik een Hallo-Jumbo-ervaring waar ik met gemengde gevoelens op terugkijk.

Een bekende Haagsche cabaretier legde ooit al uit dat je alles aan de hand van een voorbeeld kan uitleggen, wie ben ik om daarnaar niet te luisteren. Op een zondagochtend wandelt u voor een ontbijt een warenhuis in waar men eenheidsprijzen hanteert en wilt hier een ontbijt nuttigen. Onderweg naar het restaurant loopt er een medewerker
naar je toe en stelt ineens de vraag “Gaat u fooi geven….?”. Hoe komt dit dan over? Enigszins verontwaardigd nuttigt u het ontbijt samen met uw vrouw en kinderen en na afloop vervolgt u uw route naar huis en thuis bestelt u een aantal artikelen online. Voor het verzamelen en daarna zelf ophalen van deze artikelen betaalt u 5,00 euro, maar als u een skippybal koopt van 4,99 vervallen deze kosten. Na enig twijfelen bestelt u toch, gemak gaat voor het onprettige gevoel. Maar voordat u wilt afrekenen, krijgt u de vraag “Wilt u fooi geven…?”. Dus aanvullend betalen voor een dienst waarvoor ik al betaald heb en waardoor ik al een totaal nutteloze skippybal in mijn handen heb.

Nu terug naar de Jumbo. Hallo, Randy ! Zo schreeuwde het scherm naar me nadat ik mijn streepjescode gescan gehad. Direct tutoyeren is de norm bij de Jumbo schijnbaar. Van achter een balie kwam een alleraardigste jongeman aangelopen gewapend met een iPad-achtig object. Zeer uitgebreid, zorgvuldig en in zeer begrijpelijke taal legde hij het proces uit, nam mij mijn winkelwagen uit handen en haalde mijn boodschappen op.
Na enkele minuten kwam de jongeman teruggelopen met een gevulde winkelwagen. Tijd om te betalen. Hallo Randy, Hallo Jumbo. Via een alternatief pin-apparaat kon ik betalen. Wat schetst mijn verbazing. De eerste vraag die mij gesteld wordt, is niet Wat is uw pincode? Bent u tevreden? Nee, Hallo Jumbo, de eerste vraag die men DURFT te stellen is “WILT U FOOI GEVEN?”

De brutaliteit, de onbeschoftheid. Waar slaat dit op, Hallo Jumbo? Nadat ik dus eerst exta betaald heb voor een dienst die eigenlijk best gratis had moeten kunnen zijn , nogmaals expliciet vragen om fooi. Een fooi is een extra geldbetaling als beloning voor extra kwaliteit voor verkregen diensten boven de verwachte ‘normale’ kwaliteit zoals het alwetende Wikipedia ons leert. De werknemer bij deze Jumbo in Almere leverde een prima prestatie, sterker nog in mijn optiek zou hij de norm voor elke Jumbo-medewerkers in Nederland kunnen zijn. Maar dat is de norm, ook volgens uw eigen website gaat u “Meer dan 100% klanttevredenheid”, dus ik zie geen buitengewone prestatie.
Kunt u mij uitleggen waarom deze moderne bedeltechniek zo in ingeregeld?

EK Curling in eigen land. Wat een feestje!! #curling2014

Iedereen heeft wel een beeld van of bij curling. Voor veel mensen zal dit een reactiezijn van "saai", "suf" en iets met bezempjes op het ijs. Voor mij is curling altijd zo'n sport geweest die als contrast diende in drukke periodes maar nog vaker in het weekeinde met een brak hoofd om 'iets' op tv te zien bewegen. Langzamerhand begon ik iets van de regels te begrijpen en ging de sport me steeds meer interesseren. Toen ik de aanplakborden "EK Curling 2014, Zoetermeer" zag, vond ik dus ook dat ik dit van dichtbij moest aanschouwen.

Pas na enig speurwerk kwam ik erachter dat het een EK voor C-landen was. Dus de landen die net buiten de top-16 vielen, maar dat mocht de pret niet drukken. Mijn keus viel op Nederland - Ierland bij de dames. Even voor 20.00u kwam ik aan in Zoetermeer. Op de 'tribunes' zaten aardig wat mensen en de temperatuur paste meer bij beachvolley in de zomer dan bij een spel dat op ijs plaats heeft.

Als hele curling leek, was ik blij met het familiegevoel dat er op de tribunes heerste. Iedereen leek wel moeder, oma, neef, nicht, buurman of iets van die strekking van elkaar en van de dames te zijn. Dus vragen hoefde je bijna niet te stellen, want de antwoorden kwamen je bijna vooraf al tegemoet. Hoe je huizen steelt, guards, welke kant een steen kan op curlen, waar je veegt, wanneer je mag vegen en dergelijke. Al snel kwam ik met mijn buurman tot de conclusie dat curling eigenlijk een combinatie van snooker (guards = snookers) en honkbal (5th inning break = 7th inning stretch) is op ijs.

Maar wat me echt verbaasde, is dat ik binnen 2 ends (potjes voor de leek) gegrepen werd door het spel, de sfeer en natuurlijk de fantastische Nederlandse damesploeg. Al snel kende ik alle namen van Marianne, de skip, Kimberly (voor het publiek Kim), Shirly ("die lange") en Bonnie (de lead). En zo zag ik in de 1ste helft een sterker Ierland, maar na de break kwam Nederland ijzersterk terug. Met name het 4de en 6de end waren geweldig om te zien. Het erg jonge Nederlands team bleef rustig, knokte zich terug in de wedstrijd en bouwde daarna de voorsprong uit.

Wat was dit een heerlijke avond! Echt leuk, gezellig en prettige mensen. En heel stiekem ben ik nu wel een klein beetje verliefd op Marianne, mijn nummer 1 curling babe van dit toernooi.